Citaat | Gerechtshof Amsterdam 11 augustus 2015

Onder 3.9. Gerechtshof Amsterdam 11 augustus 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 11 augustus 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3301.

Met betrekking tot de periode na 29 april 2008 wordt het volgende overwogen. Volgens [x] is hij door zijn leidinggevende, [naam leidinggevende] , na het incident voor drie dagen geschorst, nadat hij zich op 1 mei 2008 over de handelwijze van [z] had beklaagd. Omdat [x] niet weerspreekt dat hij, zoals genoemde Bergvelt in zijn brief van 25 augustus 2008 aan [x] (prod. 4 bij inl.dagv.) stelt en is vastgelegd in het rapport van de bloemenveiling (prod. 9 bij conclusie van repliek), doodsbedreigingen (aan het adres van [z] ) heeft geuit, is deze aan [x] opgelegde sanctie (schorsing met behoud van loon) naar het oordeel van het hof te billijken. Voor de juistheid van de stelling van [x] dat [y] tegen hem maatregelen nam bij “iedere klacht van hem” is geen aanwijzing in het dossier gevonden. De klacht van [x] dat sprake is geweest van voor hem nadelige dossiervorming is naar het oordeel van het hof ongegrond. Op grond van de enkele melding door [y] van het gebeuren aan de bloemenveiling, opdrachtgever van [y] , op 1 mei 2008, kan daarvan niet worden gesproken. De omstandigheid dat [y] later in de brief van 25 augustus 2008 klachten over [x] heeft geuit, onderbouwt de stelling van [x] niet. Leidinggevende Bergvelt van [y] maakt in die brief melding van concrete gebeurtenissen op het werk waarover hij niet tevreden was. [x] is in de gelegenheid geweest te reageren en heeft dat ook gedaan. Onvoldoende blijkt dat [x] onheus bejegend is. [x] verwijt [y] ten slotte dat hij na de schorsing met [z] als zijn directe leidinggevende heeft moeten doorwerken. Als door [x] niet voldoende weersproken staat vast staat dat [y] hem al in een brief van 8 mei 2008 heeft gewezen op de mogelijkheid haar vertrouwenspersoon in te schakelen wanneer hij zich bedreigd en niet veilig zou voelen op de werkplek. In de brief van [y] aan de advocaat van [x] van 18 september 2008 is dit herhaald. Onbestreden staat vast dat [x] zich niet tot die vertrouwenspersoon heeft gewend. De klacht van [x] dat [y] “maatregelen” had moeten nemen acht het hof, tegen deze achtergrond, ongefundeerd. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat niet blijkt dat [x] [y] heeft verzocht bepaalde concrete maatregelen te nemen om hem tegen [z] te beschermen. Na de brief van 18 september 2008 waarin [y] de advocaat van [x] meedeelde erop te mogen vertrouwen dat zij als goed werkgever ernaar streefde iedere werknemer een veilige werkomgeving te bieden, is [x] daarop niet meer ingegaan, maar heeft hij nog slechts aandacht gevraagd voor zijn letselschade. Eerst weer bij brief van 16 september 2010 is hij daarop teruggekomen. De vordering tot vergoeding van de gevorderde immateriële schade van € 20.000,- is tegen de hiervoor weergegeven achtergrond niet toewijsbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eecfd8e0dbeac4ec4f3a949b970266ca82cc055098ceb6378e07ebfce7f9b587. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eecfd8e0dbeac4ec4f3a949b970266ca82cc055098ceb6378e07ebfce7f9b587, en de alinea staat in dat document op bytes 22379 tot 25147.