Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 augustus 2015

Alinea 263 Gerechtshof Amsterdam 17 augustus 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 augustus 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3345.

Anders dan het openbaar ministerie acht het hof niet bewezen dat aangever [M.V.] (mede) door de verdachte is opgelicht. Het was immers [R.T.] die aan [M.V.] een gunstig profijt in het vooruitzicht stelde, indien [M.V.] een bedrag van € 30.000,00 zou inleggen voor de financiering van een goudtransactie. Een rechtstreekse rol heeft de verdachte bij het bewegen van [M.V.] tot de afgifte van dit bedrag niet gespeeld. Wel heeft de verdachte aan [R.T.] voorgespiegeld dat door betaling van een bedrag - door hem, [R.T.] - een geldlening zou kunnen worden verkregen, waarmee transportkosten in verband met de gouddeal zouden kunnen worden gedekt. Nadat [R.T.] van [M.V.] het geldbedrag van € 30.000,00 had ontvangen en had doorgestort aan ‘A’, heeft laatstgenoemde, op instructie van de verdachte, het ontvangen bedrag deels aan de verdachte doorbetaald en deels aan anderen afgegeven of doorbetaald. Het hof acht dan ook, in afwijking van het subsidiaire standpunt van het openbaar ministerie, evenmin bewezen dat de verdachte het door [M.V.] betaalde bedrag heeft verduisterd. De verdachte heeft het geld immers geenszins anders dan door misdrijf onder zich gehad, maar het door misdrijf, te weten oplichting van [R.T.], verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98930d2f4c10f9d803b2accd80301dc5ce0bd95ce103eb9c242ae788d3767f6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98930d2f4c10f9d803b2accd80301dc5ce0bd95ce103eb9c242ae788d3767f6a, en de alinea staat in dat document op bytes 65908 tot 67159.