Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juli 2015

Onder 3.3. Gerechtshof Amsterdam 7 juli 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3413.

Voorts hebben SCPD en CIG III aangevoerd dat conform het recente arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:1473) de rechtbank in verzet had moeten beoordelen of mr. Dekker een opeisbare vordering had, niet alleen ten tijde van het uitspreken van het faillissement maar ook ten tijde van de uitspraak op het verzet. Volgens SCPD en CIG III maakt mr. Dekker misbruik van bevoegdheid door het faillissement aan te vragen, terwijl hij bovendien ten tijde van de uitspraak op het verzet niet meer inningsbevoegd was en dus ook niet bevoegd het faillissement aan te vragen aangezien op 26 maart 2015 door Crescendo Belgium N.V. op de voet van artikel 3:246, eerste lid, BW aan de curator mededeling is gedaan van een haar toekomend stil pandrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a527b21a5a98624dbdfb947a83526c62c9a21d011a11ff9079acb72826f045e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a527b21a5a98624dbdfb947a83526c62c9a21d011a11ff9079acb72826f045e, en de alinea staat in dat document op bytes 16476 tot 17230.