Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 oktober 2015
Onder 4.3.21. Gerechtshof Amsterdam 8 oktober 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4098.
Bij de beslissing of een partij de gelegenheid moet krijgen bewijsstukken ter zitting (of na de zitting) alsnog over te leggen, moet een afweging plaatsvinden van enerzijds het belang dat die partij heeft bij het overleggen van die stukken en de redenen waarom hij dit niet in een eerdere fase van de procedure voor de feitenrechter heeft gedaan, en anderzijds het algemeen belang van een doelmatige procesgang (zie onder meer HR 3 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0821, BNB 2006/204 en HR 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007: BA0721, BNB 2007/222). In dit geval moet deze belangenafweging worden gemaakt ter zake van het verzoek van de inspecteur om na de zitting van 30 juni 2015, welke zitting was bedoeld als afronding van de onderhavige procedures (en waarna het onderzoek uitsluitend is geschorst vanwege de onder 4.3.11 vermelde reden), nog stukken in het geding te mogen brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f658e6c06458653bccc1397117a1f1219700a428588435e4cd572314741a3b4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f658e6c06458653bccc1397117a1f1219700a428588435e4cd572314741a3b4d, en de alinea staat in dat document op bytes 280773 tot 281669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f658e6c06458653bccc1397117a1f1219700a428588435e4cd572314741a3b4d | shasum -a 256