Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 september 2015

Onder 4.4.6. Gerechtshof Amsterdam 8 september 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 september 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4361.

Indien en voor zover eiseres een beroep doet op schending van WTO-overeenkomsten, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak de WTO-overeenkomsten, gelet op hun aard en opzet, in beginsel niet behoren tot de normen waaraan het Hof van Justitie van de Europese Unie de wettigheid van handelingen van de instellingen van de Europese Unie toetst. Alleen wanneer de Europese Unie uitvoering heeft willen geven aan een in het kader van de WTO aangegane bijzondere verplichting of indien de handeling van de Europese Unie uitdrukkelijk verwijst naar specifieke bepalingen van de WTO-overeenkomsten, is het aan het Hof van Justitie van de Europese Unie om de wettigheid van de handeling te toetsen aan de regels van de WTO (arrest van 10 november 2011, C-319/10 en C-320/10, punt 35 en de aldaar aangehaalde rechtspraak). De tekst van artikel 13 van de Basisverordening is duidelijk en evenmin is gebleken dat de Europese Unie uitvoering heeft willen geven aan een in het kader van de WTO aangegane bijzondere verplichting. Integendeel; overweging 22 in de considerans van de Basisverordening luidt als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c91c18cc1135d6f1b34c9e7e8fd2149042e9078c4612368e20faa97514d584cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c91c18cc1135d6f1b34c9e7e8fd2149042e9078c4612368e20faa97514d584cc, en de alinea staat in dat document op bytes 24021 tot 25186.