Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 september 2015

Onder 5.5. Gerechtshof Amsterdam 8 september 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 september 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4361.

In de derde plaats heeft belanghebbende gesteld dat haar verdedigingsrechten zijn geschaad tijdens het uitbreidingsonderzoek, omdat haar schriftelijke opmerkingen naar aanleiding van de “mededeling van feiten en overwegingen” als bedoeld in artikel 20 van de Basisverordening niet ten minste tien werkdagen vóór de vergadering van het Raadgevend Comité van 15 juni 2011 aan de leden van dit comité ter beschikking zijn gesteld, terwijl artikel 15, tweede lid, van de Basisverordening zulks wel voorschrijft. De inspecteur heeft ter zitting onweersproken gesteld dat agendapunten regelmatig door een Comité worden doorgeschoven en dat daarom niet vaststaat dat de schriftelijke opmerkingen van belanghebbende op 15 juni 2011 in het Raadgevend Comité zijn besproken. Het verslag van de desbetreffende bijeenkomst van het Raadgevend Comité behoort niet tot de gedingstukken. Naar ’s Hofs oordeel staat daarom onvoldoende vast dat sprake is van een procedurele fout van de Europese Commissie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c91c18cc1135d6f1b34c9e7e8fd2149042e9078c4612368e20faa97514d584cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c91c18cc1135d6f1b34c9e7e8fd2149042e9078c4612368e20faa97514d584cc, en de alinea staat in dat document op bytes 41933 tot 42948.