Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 november 2015
Onder 5.13. Gerechtshof Amsterdam 5 november 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4464.
In zijn arresten van 22 februari 1984, nrs. 21 979 en 22 238, ECLI:NL:HR:1984:AW8642, BNB 1984/233 en ECLI:NL:HR:1984:AW8643, BNB 1984/234, betreffende de loonbelasting , oordeelde de Hoge Raad dat volgens het stelsel van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals dit onder meer in de artikelen 10 en 19 van die wet tot uitdrukking is gebracht, de verplichting tot het doen van aangifte en de verplichting tot betaling weliswaar nauw met elkaar samenhangen maar niettemin afzonderlijke verplichtingen zijn, zodat niet valt aan te nemen dat in de artikelen 20 en 22 van die wet met de term betalen tevens het doen van aangifte wordt aangeduid. Onjuist is derhalve de opvatting dat materieel verschuldigde loonbelasting, welke in feite is voldaan of afgedragen maar niet is opgenomen in de aangifte waartoe de belastingplichtige was gehouden, moet worden aangemerkt als belasting welke niet is betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd6747c3cfbc2dcbb2b2505b2603792f9338394d191e3650deccd248411697f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd6747c3cfbc2dcbb2b2505b2603792f9338394d191e3650deccd248411697f1, en de alinea staat in dat document op bytes 39410 tot 40363.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dd6747c3cfbc2dcbb2b2505b2603792f9338394d191e3650deccd248411697f1 | shasum -a 256