Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 november 2015

Onder 2.4.1. Gerechtshof Amsterdam 10 november 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4633.

Op zichzelf moet aan [geïntimeerden] worden toegegeven dat partijen een andere afspraak over hun bijdrageplicht kunnen maken dan uit de wet voortvloeit, maar uit hetgeen zij naar voren hebben gebracht volgt niet dat een dergelijke afspraak is gemaakt. Uit de correspondentie tussen [appellant] en [geïntimeerde sub 4] (in het bijzonder het verslag van 22 juni 2011, productie 18 bij inleidende dagvaarding) blijkt, dat [geïntimeerde sub 4] € 10.000,= het absolute maximum vond dat hij bereid was bij te dragen, maar niet, dat [appellant] ermee instemde dat [geïntimeerde sub 4] bijdrage daartoe beperkt zou blijven. Integendeel blijkt daaruit dat [appellant] van mening was dat [geïntimeerde sub 4] op grond van de gewichtsverdeling in de directe en indirecte herstelkosten diende bij te dragen. Dat [appellant] kennelijk ten tijde van de bespreking van 22 juni 2011 wel meende dat de kosten voor [geïntimeerde sub 4] “rondom de besproken bedragen” zouden moeten liggen maakt dat niet anders. Uit de correspondentie zoals deze vervolgens met [geïntimeerden] is voortgezet kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat partijen het over de hoogte van de bijdrage van [geïntimeerden] nooit eens zijn geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d37cd7d9692f1385c08ba76d394af7f4d7655afe14898bc7b947b123851fb0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d37cd7d9692f1385c08ba76d394af7f4d7655afe14898bc7b947b123851fb0f, en de alinea staat in dat document op bytes 10532 tot 11773.