Citaat | Gerechtshof Amsterdam 10 november 2015
Onder 2.16 Gerechtshof Amsterdam 10 november 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 10 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4633.
Het hof constateert dat [appellant] van aanvang af (zie inleidende dagvaarding onder 16) heeft aangegeven dat hij de kosten van de achteruitbouw buiten beschouwing heeft gelaten. Ook in de correspondentie tussen partijen die in het geding is gebracht heeft [appellant] dezelfde toelichting gegeven. Uit de kostenopstelling van [appellant] (productie 14 inleidende dagvaarding) blijkt ook dat een deel van de kosten voor rekening van [appellant] blijven. Waar die opstelling suggereert dat er ook kosten voor de achteruitbouw zijn die wel aan [geïntimeerden] worden doorbelast (de posten “sloopwerk incl. achteruitbouw” , “vloerdeel voor en achteruitbouw ”) constateert het hof dat [appellant] onder punt 9 van zijn brief van 10 oktober 2012 aan [geïntimeerden] (productie 36 inleidende dagvaarding) heeft toegelicht dat het hier om een onvoorziene noodzakelijke ingreep ging, die nodig was omdat Bouw en Woningtoezicht een staalconstructie eiste, en dat het funderingsherstel anders niet kon worden uitgevoerd. Dat brengt mee dat - behoudens voor zover hierna ter zake van specifieke facturen anders wordt geoordeeld - op onderdelen ook kosten die verband houden met de achteruitbouw als noodzakelijke funderingskosten zullen worden aangemerkt. Voor het overige geldt dat kosten met betrekking tot de woning van [appellant] voor vergoeding in aanmerking komen voor zover het maken van die kosten nodig was om het funderingsherstel te kunnen uitvoeren. De staat waarin het pand van [appellant] verkeerde acht het hof in dat verband niet van belang. Die staat doet immers niet af aan de noodzaak van die kosten. In dit verband dient te worden opgemerkt dat in het overleg tussen [appellant] en [geïntimeerde sub 4] altijd tot uitgangspunt is genomen dat het funderingsherstel via het pand van [appellant] zou worden uitgevoerd. Het feit dat dat uiteindelijk ook is gebeurd, heeft voor [geïntimeerde sub 4] en [geïntimeerden] ook evidente voordelen meegebracht. Bovendien is het hof niet gebleken dat de staat van het pand van [appellant] zoveel slechter was dan dat van [geïntimeerde sub 4] dat die de door [geïntimeerden] te dragen funderingskosten op onredelijke wijze heeft doen oplopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d37cd7d9692f1385c08ba76d394af7f4d7655afe14898bc7b947b123851fb0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d37cd7d9692f1385c08ba76d394af7f4d7655afe14898bc7b947b123851fb0f, en de alinea staat in dat document op bytes 22017 tot 24303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d37cd7d9692f1385c08ba76d394af7f4d7655afe14898bc7b947b123851fb0f | shasum -a 256