Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015
Alinea 111 Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4839.
Voor zover de verdachte stelt met de onder IV, VII en IX weergegeven uitlatingen een bijdrage te hebben willen leveren aan een publiek debat, is het hof van oordeel dat aan hem geen rechtvaardigingsgrond toekomt ex artikel 10 EVRM, dan wel de omstandigheden als bedoeld in artikel 261, lid 3, Sr, aan de orde zijn reeds op de grond dat deze uitlatingen onnodig grievend zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8, en de alinea staat in dat document op bytes 33301 tot 33690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8 | shasum -a 256