Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015

Alinea 74 Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4839.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte van bijna alle tenlastegelegde passages te worden vrijgesproken, nu geen sprake is van smaad. De enige passages waar mogelijk sprake zou kunnen zijn van smaad zijn de passages over het smokkelen van kunst door [benadeelde 1] . Hiervoor dient echter geen straf te worden opgelegd. Blijkens het krantenartikel uit [krant] bestond er op dat moment maatschappelijke belangstelling voor de gebeurtenissen rondom het door [benadeelde 1] in strijd met de wet ingevoerde kunstwerk. Nu er sprake van was dat verdachte te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat hetgeen hij over [benadeelde 1] heeft opgemerkt waar was en dat het algemeen belang dit eiste was sprake van de omstandigheid als bedoeld in artikel 261, lid 3, Sr zodat van smaad noch laster sprake is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8, en de alinea staat in dat document op bytes 18179 tot 18998.