Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015
Alinea 76 Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4839.
Op grond van artikel 10 EVRM kan de vrijheid van meningsuiting slechts worden beperkt wanneer dit noodzakelijk is in een democratische samenleving. De verdachte heeft in zijn brieven meestal een advies of aanmoediging gegeven om in het vervolg bij de overwegingen over het contact met de familie of het kantoor [benadeelde 1] na te denken over het verleden dat volgens de verdachte aan de familie of het kantoor kleeft. Het betreft steeds personen of instellingen die in de ogen van de verdachte zouden moeten weten van deze geschiedenis. Het betreft bovendien actuele onderwerpen. Binnen de verhoudingen tussen enerzijds het belang van het benoemen van bepaalde zaken door de verdachte en anderzijds de bescherming van de eer en goede naam van de familie en het kantoor [benadeelde 1] , dient de bescherming van de vrijheid van meningsuiting voorrang te krijgen, zodat aan de verdachte een beroep toekomt op de rechtvaardigingsgrond voortvloeiend uit zowel artikel 10 EVRM als uit artikel 261, lid 3, Sr. Om die reden dient de verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de raadsman.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8, en de alinea staat in dat document op bytes 19201 tot 20318.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8 | shasum -a 256