Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015
Alinea 80 Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4839.
Blijkens het proces-verbaal van terechtzitting in de onderhavige zaak van 23 juni 2011 waren ter terechtzitting in eerste aanleg namens de benadeelden [bedrijf 1] , dan wel [benadeelde 1] en/of de nabestaanden van [benadeelde 4] aanwezig mr. [raadsman 1] en mr. [raadsman 2] . Het hof is van oordeel dat, voor zover de ingediende klachten als weergegeven op de pagina’s 11 e.v. van het dossier zoals door de raadsman gesteld al niet voldoen aan de daaraan door de wet gestelde eisen, uit het voorgaande niets anders kan worden afgeleid dan dat bij [bedrijf 1] en [benadeelde 1] de wens tot vervolging aanwezig was. Gelet hierop wordt het verweer van de raadsman verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8, en de alinea staat in dat document op bytes 21011 tot 21699.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2bf772614f497d9eb182fcb3c376a6f2bd53f3376fa84a603f6b053366d18b8 | shasum -a 256