Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2015

Onder 4.3.1. Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:487.

Belanghebbende heeft in hoger beroep de feitelijke vaststelling van de rechtbank dat de Mercedes aan haar ter beschikking zou zijn gesteld, betwist. Volgens belanghebbende betrof het een bedrijfsauto die mede door andere werknemers van [A] B.V. (de BV) en door haarzelf voor bedrijfsdoeleinden, bijvoorbeeld een bezoek aan de notaris, kon worden benut. Belanghebbende heeft niet betwist dat zij in de onderhavige jaren directeur van de BV was en dat zij loon van de BV ontving. Het Hof is van oordeel dat uit de door belanghebbende (wel) erkende feiten volgt dat aan haar in de onderhavige jaren door haar werkgever, de BV, een auto ter beschikking was gesteld in de zin van artikel 3.145 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (de Wet). Uit het bepaalde in dat wetsartikel volgt dan dat belanghebbende, teneinde de bijtelling wegens privégebruik te voorkomen, dient te “doen blijken” dat zij de Mercedes in de onderhavige jaren telkens voor niet meer dan 500 kilometer per jaar voor privédoeleinden heeft gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bebcd18f726badc13233d0132a88fe5e1ffad407d5d1ba439b27ab50e0f66cbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bebcd18f726badc13233d0132a88fe5e1ffad407d5d1ba439b27ab50e0f66cbd, en de alinea staat in dat document op bytes 25898 tot 26934.