Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2015

Onder 6.2. Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:487.

Voorts heeft de Hoge Raad in dat arrest overwogen dat voor de vraag of de redelijke termijn voor de beslechting van het geschil is overschreden, moet worden aangesloten bij de uitgangspunten die hij in zijn arrest van 22 april 2005, nr. 37984, ECLI:NL:HR:2005:AO9006, BNB 2005/337, heeft neergelegd voor de duur van de redelijke termijn in fiscale boetezaken. Daarbij hanteert de Hoge Raad als uitgangspunt dat de redelijke termijn voor de behandeling in de bezwaarfase en de beroepsfase tezamen niet meer dan twee jaar bedraagt en de behandeling van het hoger beroep niet meer dan twee jaar. De in aanmerking te nemen termijn begint voor de bezwaar- en beroepsfase in beginsel op het moment waarop de inspecteur het bezwaarschrift ontvangt. In gevallen waarin de bezwaar- en beroepsfase tezamen onredelijk veel tijd in beslag hebben genomen heeft als regel te gelden dat de bezwaarfase onredelijk lang heeft geduurd voor zover de duur daarvan een half jaar overschrijdt en de beroepsfase voor zover zij meer dan anderhalf jaar in beslag neemt (HR 22 maart 2013, nr. 11/04270, ECLI:NL:HR:2013:BX6666, BNB 2013/152).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bebcd18f726badc13233d0132a88fe5e1ffad407d5d1ba439b27ab50e0f66cbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bebcd18f726badc13233d0132a88fe5e1ffad407d5d1ba439b27ab50e0f66cbd, en de alinea staat in dat document op bytes 34214 tot 35343.