Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 februari 2015

Onder 4.14. Gerechtshof Amsterdam 24 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:577.

De vrouw heeft verklaard in de periode 2011 tot het voorjaar van 2013 het totale bedrag van € 85.166,15 te hebben verbruikt. Uit een door haar als bijlage 8 bij de brief van 1 maart 2012 (productie 11 bij appelschrift) aan de rechtbank gezonden overzicht, heeft de man in 2011 totaal als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw een bedrag van € 28.971,- aan haar overgemaakt, derhalve gemiddeld € 2.414,25 per maand. De vrouw heeft in deze procedure niet inzichtelijk gemaakt dat zij in bedoelde periode uit voormelde lopende partneralimentatie de kosten voor haar levensonderhoud niet heeft kunnen voldoen. Evenmin heeft zij, met uitzondering van de aanschaf van een auto tot een bedrag van € 16.190,- die in de verdeling zal worden betrokken, aangetoond waaraan zij het door haar opgenomen bedrag heeft besteed. De gelden waren van partijen gezamenlijk, nu zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd. De stelling van de vrouw dat zij niet gehouden is aan de man rekening en verantwoording af te leggen, verwerpt het hof. De rechtsverhouding tussen (ex)echtgenoten maakt dat de vrouw de man had dienen te informeren over het voornemen het geld op te nemen en, nadat zij de gelden had opgenomen, met de man had behoren te overleggen over de besteding van de gelden, althans ter zake van de helft die toekwam aan de man. Nu zij dit heeft nagelaten, de man niet onderhoudsplichtig was voor de kosten van levensonderhoud van de meerderjarige zoon waaraan de vrouw zegt gelden te hebben besteed, en de vrouw volgens vaste rechtspraak haar advocaatkosten met betrekking tot de echtscheidingsprocedure alleen heeft te dragen, is sprake van lichtvaardig verspillen van goederen van de gemeenschap in de zin van artikel 1:164 BW. De vrouw heeft zonder redelijke grond de huwelijksgoederengemeenschap opzettelijk benadeeld. De vrouw dient aan de man de door haar aangerichte schade te vergoeden. Zij dient de man een bedrag van € 85.166,15 minus € 16.190,-- = € 68.976,15 : 2 = € 34.488,08 te vergoeden. De aanvullende beschikking van 26 februari 2014 is in zoverre onjuist dat het bedrag dat de vrouw aan de man dient te vergoeden niet als titel overbedeling heeft, maar schadevergoeding. Het hof zal dat herstellen. Grief VI slaagt voor zover het de hoogte van het bedrag betreft dat de vrouw aan de man schuldig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63c8a2d1c695545fa7c8051daaea215eba860861d6eef3b9daa736061a2d1a7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63c8a2d1c695545fa7c8051daaea215eba860861d6eef3b9daa736061a2d1a7c, en de alinea staat in dat document op bytes 29266 tot 31611.