Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2015

Onder 3.5. Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:606.

Gebleken is dat er in beginsel geen belemmeringen voor omgang aanwezig zijn, noch bij [de minderjarige], noch bij de man. Dit vooropgesteld, en gelet op de uitspraak van de Hoge Raad, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2014:91, waaruit blijkt dat het de taak van de rechter is om te bevorderen dat een omgangsregeling tot stand komt en partijen in dit geval niet in staat zijn hiertoe zelf enige stap te zetten, komt het hof tot het oordeel dat [de minderjarige] en de man, na ommekomst van een jaar zonder contact, minimaal eenmaal per jaar omgang zullen hebben telkens na de verjaardag van [de minderjarige]. Het eerste contact tussen de man en [de minderjarige] dient derhalve plaats te vinden uiterlijk in [maand] 2016. Dit stelt de moeders in staat om dit contact ruimschoots tevoren en in overleg met de hulpverlening voor te bereiden. Het staat partijen uiteraard vrij om deze regeling in onderling overleg uit te breiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d64e4330082a2c77768ef6803ecf2e0c7629e3de7944f7ab4f6abb085642cec5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d64e4330082a2c77768ef6803ecf2e0c7629e3de7944f7ab4f6abb085642cec5, en de alinea staat in dat document op bytes 13802 tot 14739.