Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2015

Alinea 77 Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:633.

De verdachte verklaart dat hij eerst poolovereenkomst A heeft opgesteld, daarna B en ten slotte C. Ook als daarvan moet worden uitgegaan, heeft [medeverdachte 3] op grond van B nog altijd recht op zijn winstaandeel in Hollandse Meesters (dat niet in C maar wel in B is geregeld) van 25% van € 1.179.829. Nog daargelaten dat de verdachte heeft nagelaten om het uittreden van [medeverdachte 3] deugdelijk vast te leggen , al was het alleen maar vanwege zijn eigen verantwoordelijkheid bij het verdelen. De verdachte heeft hier, desgevraagd, geen voldoende verklaring voor kunnen geven. Voor een derde is derhalve niet (voldoende) duidelijk welke partijen gerechtigd zijn in de winsten van welke projecten, zoals de verdachte ook onderkent. Dat geldt tevens voor de winst ad € 1.843.400 in Coolsingel, dat door de verdachte wordt toebedeeld aan [rechtspersoon 1] en [rechtspersoon 6], terwijl het project in geen enkele poolovereenkomst wordt genoemd, maar [rechtspersoon 8] in de concept winstverdelingsovereenkomst Coolsingel (waarover verdachte beschikte) wel als medegerechtigde wordt genoemd .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63bb4729aac77b1e996e253f13e2b3bd8ba24fa23d31d316de209498202de3f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63bb4729aac77b1e996e253f13e2b3bd8ba24fa23d31d316de209498202de3f3, en de alinea staat in dat document op bytes 35828 tot 37202.