Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2015
Alinea 87 Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:633.
Het hof acht deze laatste verklaring, pas afgelegd nadat de [medeverdachte 1] bij de rechter-commissaris (op 8 oktober 2012) een soortgelijke verklaring heeft afgelegd, volstrekt ongeloofwaardig. Allereerst is er - anders dan de verdachte bij de rechtbank verklaart - geen enkel verband tussen de facturen en de te vergoeden rente. Zo stuurt de verdachte al in april en mei 2000 facturen voor een totaalbedrag van maar liefst fl. 250.000, terwijl de eerste storting op de derdengeldrekening pas op 17 juli 2000 wordt gedaan en dan nog volstrekt onduidelijk is hoe lang dat geld (rentedragend) blijft staan. Waarom stuurt de verdachte facturen voor een kwart miljoen gulden terwijl de eerste storting nog moet volgen en bovendien onbekend is - zoals de verdachte ook bij de rechtbank verklaart - hoeveel de toekomstige storting aan rente zal genereren?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63bb4729aac77b1e996e253f13e2b3bd8ba24fa23d31d316de209498202de3f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63bb4729aac77b1e996e253f13e2b3bd8ba24fa23d31d316de209498202de3f3, en de alinea staat in dat document op bytes 42362 tot 43302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63bb4729aac77b1e996e253f13e2b3bd8ba24fa23d31d316de209498202de3f3 | shasum -a 256