Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015
Onder 3.8 Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:85.
In het onderhavige geval heeft de kantonrechter geoordeeld dat [appellant] tijdens de procedure in eerste aanleg heeft gehandeld in strijd met de waarheidsplicht. Zo in zijn memorie van grieven al gelezen zou moeten worden dat [appellant] dit oordeel ten gronde betwist, dan geldt dat hij die betwisting volstrekt onvoldoende heeft onderbouwd. [appellant] heeft immers niets ingebracht tegen de gedetailleerde opsomming in het bestreden vonnis van de geconstateerde onwaarheden terzake de door hem in het geding gebrachte bewijsstukken (hiervoor weergegeven bij r.o. 3.4) en de conclusie dat de facturen vervalsingen zijn. Ook heeft hij geen enkel bewijs aangevoerd voor zijn stelling dat hij nu niet meer in staat is om de originele facturen in het geding te brengen, omdat deze bij zijn vader liggen, die de facturen heeft voorgeschoten, maar met wie hij nu in onmin leeft. Zo heeft hij geen betalingsbewijs overgelegd waaruit blijkt dat zijn vader de facturen heeft voorgeschoten. Overigens heeft [appellant] geen enkel betalingsbewijs in het geding gebracht. Daarbij komt dat [appellant] in eerste aanleg in het geheel niet heeft aangevoerd - ook niet ter comparitie, na confrontatie met de bevindingen van de gemachtigde van [geïntimeerden] - dat zijn vader de betalingen zou hebben gedaan en dat dit de reden is dat hij geen betalingsbewijzen heeft. Ook heeft hij geen toereikende verklaring gegeven voor het aanvankelijk in het geheel niet in het geding brengen van de bewijsstukken voor zijn vorderingen. Dat dit het gevolg zou zijn van het afwachten van de ontruimingsprocedure is onaannemelijk, omdat hij de inleidende dagvaarding van 7 december 2011 heeft uitgebracht na het eerste tussenarrest van het hof (d.d. 5 juli 2011) en de facturen die hij aan zijn schadevordering ten grondslag legt, alle van ruim daarvoor dateren. Ten pleidooie heeft [appellant] aangevoerd 'dat hij ervoor kiest geen mededelingen te doen over de gewraakte facturen of daarover discussie te voeren' om zijn procespositie in een eventuele strafzaak te bewaken, zulks naar aanleiding van de aangifte tegen hem door [geïntimeerden] op 27 november 2013 wegens valsheid in geschrifte. Dit kan echter niet als een afdoende redengeving door [appellant] worden aangemerkt om niet nader in te gaan op de door de kantonrechter geconstateerde schending van de waarheidsplicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/804e4b9e425bb2247043e9be1ecbdee5f046e5d0c8f0ccd4676b07fd14bb7201. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 804e4b9e425bb2247043e9be1ecbdee5f046e5d0c8f0ccd4676b07fd14bb7201, en de alinea staat in dat document op bytes 20447 tot 22841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/804e4b9e425bb2247043e9be1ecbdee5f046e5d0c8f0ccd4676b07fd14bb7201 | shasum -a 256