Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2015

Onder 3.7 Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:94.

Met grief III stelt [appellant] aan de orde dat de rechtbank ten onrechte slechts het gedeelte van zijn vordering dat [geïntimeerden] bereid waren te betalen voor toewijzing vatbaar heeft geoordeeld, en voor het overige heeft afgewezen. [geïntimeerden] hebben daartegenover onder meer betoogd dat [appellant] heeft verzuimd in hoger beroep nader toe te lichten hoe zijn vordering is opgebouwd. Het hof constateert dat de rechtbank vanwege de (thans onjuist gebleken) gehanteerde maatstaf aan de inhoudelijke beoordeling van Spiekers vordering niet is toegekomen. In het slagen van zijn eerste twee grieven ziet het hof aanleiding om [appellant] in de gelegenheid te stellen zijn vordering alsnog bij akte nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door middel van een verwijzing naar, of aan de hand van, de puntsgewijze reactie van [appellant] op de conclusie van antwoord van [geïntimeerden] die in eerste aanleg ten behoeve van de comparitie na antwoord als productie 2 in het geding is gebracht. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen. [geïntimeerden] mogen bij akte reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05df0dc062cc86f936082e5fc767c64246139aa6dd3bc3adbfb1fd00707bbdd7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05df0dc062cc86f936082e5fc767c64246139aa6dd3bc3adbfb1fd00707bbdd7, en de alinea staat in dat document op bytes 29949 tot 31092.