Citaat | Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2016
Onder 2.1. Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1074.
Het hof zal eerst ingaan op het betoog van [appellant] dat de incidentele vorderingen pas zijn ingesteld vier werkdagen voor afloop van de aan geïntimeerden verleende nadere termijn van acht weken voor het nemen van hun memories van antwoord in de hoofdzaak. Voor zover [appellant] daarmee heeft bedoeld te betogen dat geïntimeerden hun incidentele vorderingen te laat hebben ingesteld, volgt het hof hem hierin niet. In artikel 224 lid 3 Rv is bepaald dat de wederpartij bevoegd is een vordering tot zekerheidstelling in te stellen vóór alle weren, zoals hier is gebeurd (zie procesverloop onder 1). Dat deze incidentele vorderingen afzonderlijk dienen te worden behandeld, voorafgaand aan het nemen van een memorie van antwoord, is bij rolbeslissing van 5 oktober 2015 al beslist en die beslissing is bij rolbeslissing van 11 februari 2016 gehandhaafd. Bij eerstgenoemde rolbeslissing is ook beslist dat, anders dan [appellant] betoogt, geïntimeerden voor het nemen van die memorie na het arrest in de incidenten alsnog de gelegenheid krijgen. Het hof ziet geen reden om op dit punt thans tot een ander oordeel te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a076e791d99a07edd1355c1441732ce74f4e4ad973c61103efd18c9a007759. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a076e791d99a07edd1355c1441732ce74f4e4ad973c61103efd18c9a007759, en de alinea staat in dat document op bytes 9527 tot 10668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a076e791d99a07edd1355c1441732ce74f4e4ad973c61103efd18c9a007759 | shasum -a 256