Citaat | Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2016
Onder 2.8. Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1074.
Dat [appellant] ook gebruik maakt van de mogelijkheid om in het Verenigd Koninkrijk te verblijven en wonen, blijkt naar het oordeel van het hof uit de volgende stukken. In de eerste plaats heeft het hof in aanmerking genomen dat (als productie 76) door [appellant] is overgelegd een “official copy of register of title” van 7 oktober 2015, waaruit blijkt dat [X] [appellant] (naar [appellant] onweersproken heeft gesteld: zijn echtgenote), eigenaar is van de woning op het Engelse adres en een begeleidende brief van advocaat Peter M. Black van diezelfde datum waarin hij bevestigt dat [appellant] op het Engelse adres woont en dat de woning op naam van [appellant] vrouw staat. Zoals ook eiseressen in de incidenten in hun akten van 6 oktober 2015 hebben opgemerkt, vormt een eigendomsakte van de woning op het Engelse adres op naam van [appellant] of van diens vrouw een belangrijke aanwijzing - eiseressen in de incidenten noemen het een basis- of minimumvereiste - dat [appellant] daadwerkelijk inwoner van het Verenigd Koninkrijk is. Onduidelijk is op grond waarvan zij in hun akten van 17 november 2015 - genomen nadat [appellant] bij zijn akte van 3 november 2015 productie 76 had overgelegd - niettemin van mening zijn dat het feit dat de vrouw van [appellant] eigenaar van de woning op voormeld adres blijkt te zijn, tot gevolg heeft dat de overgelegde stukken niets over [appellant] zelf zeggen en dus niet relevant zijn. Het hof deelt die mening niet. De omstandigheid dat de vrouw van [appellant] op basis van een “residence permit” die “indefinite” is (op het Engelse adres) in het Verenigd Koninkrijk woonachtig is en dat hun twee zonen blijkens de overgelegde kopieën van hun paspoorten de Britse nationaliteit hebben (productie 79), ondersteunen juist de stelling van [appellant] dat hij (ook) in het Verenigd Koninkrijk woont. Het hof ziet evenmin in waarom aan de verklaring van advocaat Black geen waarde zou kunnen worden gehecht. De enkele opmerking van eiseressen in de incidenten dat het onwaarschijnlijk is dat Black getuige is geweest van de feitelijkheden waarover hij verklaart, is daartoe onvoldoende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a076e791d99a07edd1355c1441732ce74f4e4ad973c61103efd18c9a007759. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a076e791d99a07edd1355c1441732ce74f4e4ad973c61103efd18c9a007759, en de alinea staat in dat document op bytes 16542 tot 18702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a076e791d99a07edd1355c1441732ce74f4e4ad973c61103efd18c9a007759 | shasum -a 256