Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 maart 2016

Onder 3.5.3 Gerechtshof Amsterdam 29 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1180.

Aan de opzegging is ten grondslag gelegd hetgeen onder 3 in de algemene vergadering van aandeelhouders van 11 december 2012 onder de punten (i) tot en met (vi) is besproken en toegelicht. Deze punten zijn ook genoemd in de uitnodigingsbrief van 19 november 2012 aan [appellant] voor die vergadering als hiervoor onder 2. (ix) gedeeltelijk geciteerd. Zonder diepgaand op al deze punten in te gaan valt uit hetgeen aan [appellant] wordt verweten in ieder geval af te leiden dat van de zijde van [geïntimeerde] zeker vanaf medio 2012 geleidelijk aan het vertrouwen in een afdoende functioneren van [appellant] teloor is gegaan. Dat ook van de kant van [appellant] weinig tot geen vertrouwen meer bestond in de andere directeur én in de Raad van Commissarissen blijkt genoegzaam uit de wijze waarop de correspondentie vanaf medio juli 2012 mede door diens advocaat is gevoerd, culminerend in een reeds in september 2012 in deze zaak uitgebrachte dagvaarding waaraan destijds de eis ten grondslag lag dat [geïntimeerde] een aantal rechtspositionele standpunten van [appellant] diende te onderschrijven en genoopt zou worden bepaalde verslagen uit het personeelsdossier te verwijderen. Het ontbreken van vertrouwen tussen een directeur van een vennootschap en de overige directieleden en de Raad van Commissarissen, vormt reeds in het algemeen gezien de wezenlijke rol die al deze organen in een vennootschap spelen voldoende grond om ook tot een beëindiging van de arbeidsrechtelijke relatie over te gaan. Ook indien de verwijten zoals in dit geval een ondeugdelijke kilometerregistratie althans een onvoldoende duiding daarvan mogelijk al te sterk zijn aangezet in het licht van de praktijk in de jaren daarvoor, waarbij nauwelijks registratie of controle daarop plaatsvond, dan nog blijven minst genomen terecht vraagtekens te stellen bij de door [appellant] aan de dag gelegde houding bij de fiscaal georiënteerde vragen daaromtrent van de kant van [geïntimeerde] . Verder is van belang dat [appellant] in de voorafgaande jaren de nodige extra vergoedingen heeft geclaimd, waarvoor zo blijkt ook uit later opgemaakte financiële jaarverslagen een min of meer sluitende onderbouwing gezien het overeengekomen salaris en de daaraan gekoppelde werktijden zijnerzijds ontbreekt. [appellant] is die daaromtrent gerezen twijfels in ieder geval onvoldoende adequaat in de zin van ruimhartig tegemoet getreden. Vastgesteld kan verder worden dat uiteindelijk de algemene vergadering van aandeelhouders het voorstel van de Raad van Commissarissen in zijn vergadering van 11 december 2012 tot ontslag van [appellant] heeft aanvaard, nadat alle betrokkenen hun visie op de zaak hebben kunnen geven. De stelling van [appellant] dat in wezen de daar aangevoerde en getoetste redenen voor zijn ontslag als statutair directeur elke grond ontberen en dus vals zijn is onjuist en derhalve faalt de grief op dit punt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae86f46dc3eb15936ae6b6621a0b20fea8d64d624ccf36e915669285e5296c5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae86f46dc3eb15936ae6b6621a0b20fea8d64d624ccf36e915669285e5296c5b, en de alinea staat in dat document op bytes 31394 tot 34311.