Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 januari 2016
Onder 5.4. Gerechtshof Amsterdam 7 januari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:125.
Zoals de Hoge Raad heeft beslist in zijn arresten van 18 november 1959, nr. 14.109, ECLI:NL:HR:1959:AY1740, BNB 1960/4 en 13 november 1996, 31.491, ECLI:NL:HR:1996:AA1762, is min of meer duurzame zelfbewoning een omstandigheid, welke de waarde in het economische verkeer van de woning op het stakingstijdstip kan beïnvloeden en waarmede derhalve bij het bepalen van die waarde rekening dient te worden gehouden. Voor het in aanmerking nemen van min of meer duurzame zelfbewoning is slechts reden indien de onroerende zaak op het moment van staking van de onderneming min of meer duurzaam voor woondoeleinden werd gebruikt (vgl. Hoge Raad, 25 april 2008, nr. 43.995, ECLI:NL:HR:2008:BD0473). Indien geen sprake is van een pand dat voor de overgang naar het privévermogen voor min of meer duurzame zelfbewoning was bestemd en daartoe ook na die overgang blijft bestemd, doch van een pand dat pas ten tijde van de overgang die bestemming krijgt, vormt de zelfbewoning geen waardedrukkende factor (vgl. HR 17 oktober 1990, nr. 26 762, ECLI:NL:HR:1990:ZC4423).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/279a22f2cb8af223feabcc41df96a9fd4a07c95da469a5bbf356bda6844e0514. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 279a22f2cb8af223feabcc41df96a9fd4a07c95da469a5bbf356bda6844e0514, en de alinea staat in dat document op bytes 20596 tot 21667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/279a22f2cb8af223feabcc41df96a9fd4a07c95da469a5bbf356bda6844e0514 | shasum -a 256