Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 januari 2016

Onder 5.10. Gerechtshof Amsterdam 7 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:125.

De inspecteur heeft de in onderdeel 5.9 weergegeven stellingen van belanghebbenden niet, dan wel onvoldoende, weersproken, zodat het Hof uitgaat van de juistheid van hetgeen belanghebbenden naar voren hebben gebracht. Uit deze vaststellingen leidt het Hof af dat het bedrijfsgedeelte na staking van de ondernemingsactiviteiten in 2007 in overheersende mate voor privédoeleinden is gebruikt en dat het niet, althans niet zonder verregaand afbreuk te doen aan het woongenot van het woongedeelte dan wel na aanzienlijke investeringen, afzonderlijk aan derden kan worden verhuurd dan wel verkocht. Voor wat betreft de mogelijkheid van afzonderlijke verkoop geldt voorts, dat dit onmogelijk is omdat beide gedeelten behoren tot één kadastraal nummer. Dit een en ander brengt het Hof tot het oordeel dat voor de waardering van het bedrijfsgedeelte van het pand rekening dient te worden gehouden met de waardedruk van min of meer duurzame zelfbewoning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/279a22f2cb8af223feabcc41df96a9fd4a07c95da469a5bbf356bda6844e0514. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 279a22f2cb8af223feabcc41df96a9fd4a07c95da469a5bbf356bda6844e0514, en de alinea staat in dat document op bytes 27950 tot 28911.