Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2016

Alinea 285 Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1268.

Dat [medeverdachte 1] bemoeienis had met prostituees, blijkt tevens uit de meldingen van twee andere prostituees, [vrouw 2] en [vrouw 3] . [vrouw 2] heeft op 15 augustus 2007 verklaard dat ene “ [voornaam van medeverdachte 1 (anders gespeld)] ” dames achter de ramen bedreigde. Hierbij heeft zij een man aangewezen die na controle door de verbalisant [medeverdachte 1] bleek te zijn. [vrouw 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] haar bedreigde omdat hij geld van haar wilde vanwege het feit dat zij als prostituee werkte. Op 16 augustus 2007 heeft zij verklaard dat “ [voornaam van medeverdachte 1 (anders gespeld)] ” opnieuw bij haar aan de deur was geweest, dat hij had gedreigd dat zij moest betalen en had gezegd dat zij moest oppassen. [vrouw 2] was bang om aangifte te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/086d603f9f2018fc03c6f17d6d92a1085d3f3228e4710829fead2f35443b42e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 086d603f9f2018fc03c6f17d6d92a1085d3f3228e4710829fead2f35443b42e4, en de alinea staat in dat document op bytes 87292 tot 88097.