Citaat | Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2016
Alinea 294 Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 31 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1268.
Bij de beantwoording van de vraag wanneer de samenwerking tussen verdachten zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen kan worden gesproken moeten de concrete omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Dat geldt in vergelijkbare zin indien het medeplegen – bijvoorbeeld in de vorm van "in vereniging" – een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/086d603f9f2018fc03c6f17d6d92a1085d3f3228e4710829fead2f35443b42e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 086d603f9f2018fc03c6f17d6d92a1085d3f3228e4710829fead2f35443b42e4, en de alinea staat in dat document op bytes 94248 tot 94931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/086d603f9f2018fc03c6f17d6d92a1085d3f3228e4710829fead2f35443b42e4 | shasum -a 256