Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 januari 2016
Onder 2.3.5. Gerechtshof Amsterdam 19 januari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:138.
Het gaat hier om een geval waarin de zesmaandsfictie van artikel 30a Wet LB 1964 in het kader van de naheffing van loonheffing van toepassing is en de inhoudingsplichtige niet slaagt in het door die bepaling verlangde overtuigende bewijs van het tegendeel. Daarmee staat echter voor de beoordeling van een met die naheffing samenhangende vergrijpboete nog niet met voldoende mate van zekerheid vast dat de inhoudingsplichtige (i) aan de betrokken werknemer(s) ook gedurende de voorafgaande zes maanden loon verschuldigd was, (ii) de daarover verschuldigde loonheffing niet heeft voldaan op aangiften over de desbetreffende aangiftetijdvakken, en (iii) ter zake van al die ontoereikende betalingen opzet (of grove schuld) valt te verwijten als bedoeld in artikel 67f, lid 1, AWR.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd8b9afba72e54b725b0d9f147825235dcaef2e2e0af08525dae220dd31bc79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd8b9afba72e54b725b0d9f147825235dcaef2e2e0af08525dae220dd31bc79, en de alinea staat in dat document op bytes 15998 tot 16790.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfd8b9afba72e54b725b0d9f147825235dcaef2e2e0af08525dae220dd31bc79 | shasum -a 256