Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 januari 2016
Onder 2.3.8. Gerechtshof Amsterdam 19 januari 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:138.
Voor zover het Hof zijn oordeel over de boeten heeft gebaseerd op de zesmaandsfictie van artikel 30a Wet LB 1964, heeft het gelet op het voorgaande blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof heeft verder niets vastgesteld met betrekking tot de vraag of de drie personen ook vóór 2 februari 2010 al in dienstbetrekking waren bij belanghebbende; evenmin heeft het feiten vastgesteld waaruit kan worden afgeleid dat belanghebbende met betrekking tot loon dat is genoten vóór 2 februari 2010 opzettelijk de betaling van verschuldigde loonheffing achterwege heeft gelaten. Het negende middel slaagt daarom in zoverre.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd8b9afba72e54b725b0d9f147825235dcaef2e2e0af08525dae220dd31bc79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd8b9afba72e54b725b0d9f147825235dcaef2e2e0af08525dae220dd31bc79, en de alinea staat in dat document op bytes 19219 tot 19861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfd8b9afba72e54b725b0d9f147825235dcaef2e2e0af08525dae220dd31bc79 | shasum -a 256