Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016
Onder 4.1. Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1707.
, die [in] 2015 volwassen is geworden, heeft zelf hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 29 april 2015. Daarmee wil hij – kort gezegd – bewerkstelligen dat hetgeen de man als bijdrage(n) in de kosten van zijn studie en levensonderhoud zal moeten voldoen, rechtstreeks aan hem wordt uitbetaald. Derhalve betreft het hier een hoger beroep tegen door de rechtbank ten behoeve van de kinderen getroffen nevenvoorzieningen bij echtscheiding, als bedoeld in artikel 827 lid 1, aanhef en onder c. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Ingevolge artikel 827 lid 2 Rv komt het recht van hoger beroep van dergelijk nevenvoorzieningen slechts toe aan de ouders (voor zover dezen tot het gezag bevoegd zijn) en aan de raad voor de kinderbescherming. Daar komt nog bij dat in een echtscheidingsprocedure als de onderhavige de rechter slechts nevenvoorzieningen kan treffen betreffende minderjarige kinderen van de echtgenoten, dus niet ten aanzien van de meerderjarige [de jongmeerderjarige] . Zoals het hof al ter zitting heeft besproken, betekent dit dat [de jongmeerderjarige] in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a77dee482360c687e591a64d46ce920bfaa12b544c02831f96c0b4aa919e31ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a77dee482360c687e591a64d46ce920bfaa12b544c02831f96c0b4aa919e31ad, en de alinea staat in dat document op bytes 28474 tot 29644.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a77dee482360c687e591a64d46ce920bfaa12b544c02831f96c0b4aa919e31ad | shasum -a 256