Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016

Onder 2.18. Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1708.

Het hof is van oordeel dat voor toewijzing van de voorwaardelijke reconventionele vordering van [geïntimeerde] geen plaats is. Bij de beoordeling van deze vordering komt het aan op een afweging van de belangen van [geïntimeerde] bij toewijzing van haar vordering enerzijds en van [appellant] bij afwijzing daarvan anderzijds. Het belang van [geïntimeerde] is gelegen in het beperken van haar risico vanwege de financiële situatie van [appellant] . Zoals hiervoor reeds is overwogen, hebben partijen destijds – in 2013 – met name over de hoogte van de door [appellant] te stellen garantie onderhandeld. [appellant] wenste om verschillende redenen niet tot een hoger bedrag te gaan dan € 1.000.000,-. Dit bedrag is door [geïntimeerde] geaccepteerd. [geïntimeerde] heeft thans geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan aannemelijk is geworden dat de (financiële) situatie van [appellant] sindsdien dermate gewijzigd is dat [appellant] uiteindelijk niet in staat zal zijn aan een eventuele veroordeling – inclusief wettelijke rente – te voldoen, waardoor [geïntimeerde] in redelijkheid niet meer gehouden kan worden aan (de hoogte van) de eerder gestelde bankgarantie. De reconventionele incidentele vordering is dan ook tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/785e9cda4c252a305ac8a1758f387b3711137b84d71c571a91efbfbd35aa4c32. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 785e9cda4c252a305ac8a1758f387b3711137b84d71c571a91efbfbd35aa4c32, en de alinea staat in dat document op bytes 26944 tot 28228.