Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 mei 2016
Alinea 49 Gerechtshof Amsterdam 4 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1887.
In het licht van het voorgaande is het hof van oordeel dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij zijn verklaring dat hij over een groot gespaard geldbedrag beschikte onderbouwt met concrete en verifieerbare informatie. Nu de verdachte dit heeft nagelaten en nu van de verdachte ook anderszins geen legale inkomstenbronnen aannemelijk zijn geworden, is het hof van oordeel dat de verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld. Al het voorgaande in overweging nemende is het hof dan ook van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de contante geldbedragen waarmee de verdachte de aankoop van de Ossa (€ 16.000) en de RHIB (€ 36.652,00) heeft bekostigd, middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dat wist. Het verweer wordt dan ook verworpen. Het ten laste gelegde kan op de na te melden wijze wettig en overtuigend worden bewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a558ba966d696b7b6472325a7233c5889a7c81b91b9a87a30df6785398a79bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a558ba966d696b7b6472325a7233c5889a7c81b91b9a87a30df6785398a79bd, en de alinea staat in dat document op bytes 20136 tot 21131.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a558ba966d696b7b6472325a7233c5889a7c81b91b9a87a30df6785398a79bd | shasum -a 256