Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016
Onder 3.19 Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1901.
[geïntimeerde] heeft nog het verweer gevoerd dat de transacties gerechtvaardigd waren omdat ING en BMW zekerheden hadden bedongen. Dit verweer is echter wat [bedrijf 4] betreft evident ongegrond. Uit de opzeggingsbrief van ING van 6 januari 2006 volgt dat [bedrijf 4] geen partij was bij de kredietovereenkomst met ING. Voorts houden de stellingen van [geïntimeerde] en de daarbij ingeroepen producties niet in dat BMW een door pandrecht gedekte vordering op [bedrijf 4] had; ook overigens bevat het dossier daarvoor geen aanwijzingen. Het wordt er daarom voor gehouden dat met de aanwending van de opbrengst van [bedrijf 4] de norm van artikel 3:277 lid 1 BW is geschonden en dat - nu niet is gebleken dat de betalingen aan preferente schuldeisers zijn gedaan - de dientengevolge door de gezamenlijke faillissementscrediteuren geleden schade het gevorderde bedrag beloopt van - als verder niet weersproken - € 1.008.401,14. De vordering van de curator is wat [bedrijf 4] betreft dus toewijsbaar, vermeerderd met - als evenmin weersproken - de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 maart 2005.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ffa62a971c4115beb48fea2cf538a18bd6923400b96c5c10b8ffb2cab7ac6d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ffa62a971c4115beb48fea2cf538a18bd6923400b96c5c10b8ffb2cab7ac6d5, en de alinea staat in dat document op bytes 33925 tot 35049.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ffa62a971c4115beb48fea2cf538a18bd6923400b96c5c10b8ffb2cab7ac6d5 | shasum -a 256