Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016
Onder 3.20 Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1901.
Wat [bedrijf 3] betreft neemt het hof tot uitgangspunt dat daarmee een goodwill is gerealiseerd van - onbetwist - € 260.000,-. Voor zover ING en BMW zekerheden ten laste van [bedrijf 3] hadden bedongen, valt dit bedrag daar buiten. Goodwill is immers geen voor (juridische) overdracht vatbaar goed in de zin van artikel 3:228 BW en daarop kan dus geen pandrecht worden gevestigd. Door de aanwending van dit bedrag is dus de norm van artikel 3:277 lid 1 BW geschonden en is mitsdien jegens de gezamenlijke faillissementscrediteuren onrechtmatig gehandeld. De gevorderde verklaring voor recht is dus wat [bedrijf 3] betreft toewijsbaar, terwijl de mogelijkheid van dientengevolge geleden schade door de gezamenlijke faillissementscrediteuren voldoende aannemelijk is. De vordering zal wat [bedrijf 3] betreft dus worden toegewezen als hierna in het dictum van dit arrest bepaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ffa62a971c4115beb48fea2cf538a18bd6923400b96c5c10b8ffb2cab7ac6d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ffa62a971c4115beb48fea2cf538a18bd6923400b96c5c10b8ffb2cab7ac6d5, en de alinea staat in dat document op bytes 35129 tot 36022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ffa62a971c4115beb48fea2cf538a18bd6923400b96c5c10b8ffb2cab7ac6d5 | shasum -a 256