Citaat | Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016

Onder 3.23 Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 17 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1901.

Wat betreft [bedrijf 6] tenslotte is de vordering gebaseerd op een betaling van € 781.710,- aan Autobedrijf [Y] Beheer B.V. [geïntimeerde] heeft daartegen ingebracht dat [bedrijf 6] geen schuldeisers had. Dat argument gaat echter niet op in aanmerking nemende dat [bedrijf 6] in de relevante periode tot de fiscale eenheid voor de omzetbelasting heeft behoord en mitsdien voor de omzetbelastingschuld van de fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk is. Nu gesteld is noch gebleken dat [bedrijf 6] bij voorrang gerechtigd was om zich op dat bedrag te verhalen, is deze betaling onrechtmatig jegens de gezamenlijk faillissementscrediteuren, terwijl de mogelijkheid van dientengevolge geleden schade door de gezamenlijke faillissementscrediteuren voldoende aannemelijk is. De vordering zal derhalve wat [bedrijf 6] betreft worden toegewezen als hierna in het dictum van dit arrest bepaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ffa62a971c4115beb48fea2cf538a18bd6923400b96c5c10b8ffb2cab7ac6d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ffa62a971c4115beb48fea2cf538a18bd6923400b96c5c10b8ffb2cab7ac6d5, en de alinea staat in dat document op bytes 37175 tot 38077.