Citaat | Gerechtshof Amsterdam 28 april 2016

Onder 5.4. Gerechtshof Amsterdam 28 april 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 28 april 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1971.

Voor wat betreft de bruikbaarheid van het vergelijkingsobject aan de [adres 2] geldt dat de heffingsambtenaar ter zitting afstand heeft genomen van dit object, zodat het Hof de rechtbank zal volgen en het object bij de vergelijking buiten beschouwing zal laten. Belanghebbende herhaalt in dat verband zijn stelling dat de waardering door de heffingsambtenaar slechts valide is bij aanwezigheid van ten minste drie vergelijkingsobjecten. De rechtbank heeft deze stelling terecht verworpen. Wellicht verdient een aantal van ten minste drie vergelijkingsobjecten de voorkeur, omdat dan de overtuigingskracht van de waardering groter zou kunnen zijn, maar er bestaat geen rechtsregel die dwingend het gebruik van ten minste drie vergelijkingsobjecten voorschrijft. De rechter zal steeds de door een partij ingebrachte bewijsmiddelen moeten waarderen. In dit geval zal het Hof moeten waarderen of de heffingsambtenaar met de twee resterende vergelijkingsobjecten, appartementen in hetzelfde appartementencomplex, voldoende bewijs heeft geleverd voor de door hem bepleite waarde van de woning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39b97e0c718930726dd2191e1e36884cbbe37895b2198e48e0f4ff60f436fb7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39b97e0c718930726dd2191e1e36884cbbe37895b2198e48e0f4ff60f436fb7c, en de alinea staat in dat document op bytes 20744 tot 21845.