Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016

Onder 2.29 Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2.

E. Een kort geding bij de rechtbank Rotterdam, aangespannen door [A] en [C] tegen Mundar Holding B.V. (hierna: Mundar) – van welke vennootschap de stichting administratiekantoor Mundar (hierna: Stak Mundar) enig aandeelhouder/bestuurder was, terwijl [G] enig bestuurder van de Stak Mundar was – die na verschillende cessies rechthebbende was geworden op de vordering van [G] op [A] en [C] tot betaling van het bedrag van € 105.000. De vordering strekte tot schorsing van de executie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2011. Bij vonnis van 3 mei 2013 overwoog de voorzieningenrechter dat [A] en [C] zich tegenover Mundar op een opschortingsrecht konden beroepen en dat bovendien onrechtmatig was op dat moment de geldvordering zelfstandig te executeren. De voorzieningenrechter beval Mundar derhalve de executie te staken en hief de ten laste van [A] en [C] gelegde beslagen op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e222e6680b43af3bb0b5c3397486191fa29822992a501610ef12a16190d5e8d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e222e6680b43af3bb0b5c3397486191fa29822992a501610ef12a16190d5e8d3, en de alinea staat in dat document op bytes 44977 tot 45892.