Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016

Onder 3.1 Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2.

[E] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid van PiF en dat onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Zij heeft aangevoerd dat haar belangen als minderheidsaandeelhouder stelselmatig zijn ondermijnd. In strijd met de aandeelhoudersovereenkomst zijn diverse besluiten genomen die tot doel hebben gehad haar als aandeelhouder buitenspel te zetten, winsten af te romen en de mogelijkheid van dividenduitkeringen te blokkeren en zijn daartoe hogere managementvergoedingen aan [A] en [C] toegekend en ten onrechte allerlei posten in de jaarrekening opgenomen, aldus [E] . Zij geeft (door het opnemen van een groot deel van de tekst van de dagvaarding die de onder 2.29.B vermelde procedure heeft ingeleid) een lange opsomming van bezwaren tegen de besluitvorming binnen PiF. Verkort weergegeven komen deze op het volgende neer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e222e6680b43af3bb0b5c3397486191fa29822992a501610ef12a16190d5e8d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e222e6680b43af3bb0b5c3397486191fa29822992a501610ef12a16190d5e8d3, en de alinea staat in dat document op bytes 46154 tot 47081.