Citaat | Gerechtshof Amsterdam 24 mei 2016

Onder 2.9. Gerechtshof Amsterdam 24 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 24 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2016.

Met betrekking tot de subsidiaire vordering van [appellante] tot het verbinden van de voorwaarde van zekerheidstelling aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad op grond van artikel 235 Rv stelt het hof voorop dat bij de beoordeling van deze incidentele vordering de belangen van partijen moeten worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden het belang van degene die de veroordeling verkreeg zwaarder weegt dan dat van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. De kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel dient daarbij in de regel buiten beschouwing te blijven. Hiervan uitgaande oordeelt het hof als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44f5da54f97aaacc5d973b9068dd3a5eaaa994819658d4c14a50fa72532c77d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44f5da54f97aaacc5d973b9068dd3a5eaaa994819658d4c14a50fa72532c77d5, en de alinea staat in dat document op bytes 16150 tot 16910.