Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016

Onder 4.5. Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2104.

Weliswaar behoeven de omstandigheden dat in de bestuurderscabine van een bedrijfsauto een tweede stoel aanwezig is en dat in die cabine geen voorzieningen zijn aangebracht die specifiek zijn gericht op het vervoer van goederen, er op zichzelf niet aan in de weg te staan dat de bedrijfsauto door aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen (vgl. onder meer HR 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BB3475, BNB 2009/217 en HR 18 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7918, BNB 2009/282), maar dat baat belanghebbende niet. De omstandigheid dat belanghebbende bij een deel van zijn werkzaamheden – met name die waarbij lichtmasten dienen te worden vervoerd – noodzakelijk hulp nodig heeft van een ander persoon (in het bijzonder bij het laden en lossen van die masten) maakt nog niet dat de aard van belanghebbendes werkzaamheden in het algemeen meebrengt dat in de auto plaats nodig is voor een bijrijder en de tweede stoel kan worden toegerekend aan – in functie staat van – de uit de aard of inrichting van de auto blijkende werkzaamheden. Ook de omstandigheid dat zich in de bestuurderscabine werkschoenen, een veiligheidsjas, administratie en meetapparatuur bevinden, maken niet dat de auto naar aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82e01bb7f59583cfdccc24ad3f9819b273b3599b257cc1b5fae037e585e3d03f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82e01bb7f59583cfdccc24ad3f9819b273b3599b257cc1b5fae037e585e3d03f, en de alinea staat in dat document op bytes 19660 tot 20991.