Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Onder 3.5. Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2125.

De Hoge Raad heeft in zijn beschikking van 26 juni 2015 -kort samengevat- geoordeeld dat in een geval als het onderhavige de huurder in elk geval als belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan worden aangemerkt indien aannemelijk is dat toewijzing van het verzoek leidt tot een dreiging van inbreuk op zijn rechten als huurder. In het licht van de stellingen van [X] over – kort gezegd – zijn rechten uit de huurverhouding met zijn moeder is het hof (Den Haag) bij zijn oordeel dat [X] niet als belanghebbende kan worden aangemerkt uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting dan wel heeft het zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad heeft de beschikking van het hof Den Haag vernietigd en het geding naar het hof Amsterdam verwezen ter verdere behandeling en beslissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb7d5c5d09d02bf4f66265ac28510374a838734d72bd24f3800f1b4e70cfd781. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb7d5c5d09d02bf4f66265ac28510374a838734d72bd24f3800f1b4e70cfd781, en de alinea staat in dat document op bytes 12308 tot 13160.