Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Onder 4.5. Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2125.

Het hof stelt voorop dat het toetsingskader in deze zaak wordt gevormd door het bepaalde in artikel 1:356 juncto artikel 1:386 van het Burgerlijk Wetboek. Een machtiging als in dezen bedoeld, te weten voor de verkoop en levering van het pand, dient slechts te worden gegeven indien dit in het belang van de curanda noodzakelijk, nuttig of wenselijk blijkt te zijn. Wat de persoonlijke emotionele en/of financiële belangen van [X] , [Y] of [Z] bij het pand en het gebruik daarvan door [X] en zijn gezin zijn, doet in dat verband niet ter zake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb7d5c5d09d02bf4f66265ac28510374a838734d72bd24f3800f1b4e70cfd781. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb7d5c5d09d02bf4f66265ac28510374a838734d72bd24f3800f1b4e70cfd781, en de alinea staat in dat document op bytes 22909 tot 23465.