Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Onder 4.6. Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2125.

Dit alles leidt tot de conclusie dat van noodzakelijkheid en/of onontkoombaarheid van de verkoop van het pand, zoals deze door [Y] aan zijn verzoek aan de kantonrechter ten grondslag waren gelegd, niet dan wel onvoldoende gebleken is. Dat het pand, vanwege het aanstonds naderen van de limiet van de krediethypotheek, onderhands zal moeten worden verkocht of executoriaal zal worden verkocht door Roparco, is evenmin door [Y] aannemelijk gemaakt. Een financiële noodzaak voor de moeder die gelegen is in andere omstandigheden (te lage huuropbrengsten van het pand gerelateerd aan hoge onderhoudskosten) is door [Y] weliswaar ter zitting in hoger beroep gesteld, maar door hem onvoldoende met stukken of anderszins onderbouwd om op grond daarvan machtiging te verlenen om over te gaan tot een zo ingrijpende maatregel als verkoop van het pand, daargelaten de vraag of dit een verkoop aan [X] of aan een derde partij zal moeten zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb7d5c5d09d02bf4f66265ac28510374a838734d72bd24f3800f1b4e70cfd781. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb7d5c5d09d02bf4f66265ac28510374a838734d72bd24f3800f1b4e70cfd781, en de alinea staat in dat document op bytes 25400 tot 26346.