Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Onder 4.3. Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2135.

De moeder heeft, voor zover thans van belang, betoogd dat het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning dient te worden afgewezen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij in het verleden, ook tijdens haar zwangerschap, meerdere keren door [de man] is mishandeld, dat sprake is van een gespannen verhouding tussen haar en [de man] , dat de verhoudingen tussen hen ernstig zijn verstoord, dat er geen enkel contact tussen hen is, dat er bij haar angst en weerzin bestaat om contacten met [de man] aan te gaan en dat [de minderjarige] , [de man] niet kent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/110c67f839cdc2b740affd0ea3e0f61ea3bdca3d4f5b1bc933e1415a41028e81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 110c67f839cdc2b740affd0ea3e0f61ea3bdca3d4f5b1bc933e1415a41028e81, en de alinea staat in dat document op bytes 17988 tot 18559.