Citaat | Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Onder 4.6. Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 7 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2135.

Uit de stukken is gebleken dat tussen partijen ten tijde van hun relatie spanningen bestonden. In dat verband wordt in een AMK rapportage van 28 december 2010 melding gemaakt van een huiselijk geweld incident dat in oktober 2010 (ten tijde van de zwangerschap) tussen [de man] en de moeder heeft plaatsgevonden. De moeder heeft voorts betoogd dat zij in de periode van oktober 2010 tot juni 2011 vaker door [de man] is mishandeld. Het Hof wil aannemen dat in het najaar van 2010 een (gewelds)incident tussen de moeder en [de man] heeft plaatsgevonden doch het betoog van de moeder acht het hof voor het overige niet aannemelijk geworden. Daarmee neemt het Hof in aanmerking dat de aangifte die de moeder in dat kader in maart 2013 jegens [de man] heeft gedaan, is geseponeerd. Voorgaande neemt niet weg dat het aannemelijk is dat erkenning van [de minderjarige] door [de man] (enige) spanningen bij de moeder zal teweegbrengen. Dat die spanningen zodanig zullen zijn dat de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met [de minderjarige] zullen worden geschaad, dan wel dat er reële risico’s zijn dat [de minderjarige] wordt belemmerd in een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling, acht het hof evenwel niet aannemelijk geworden. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat niet gebleken is van zorgen over de psychische toestand van de moeder, dan wel over het opvoedingsklimaat en de ontwikkeling van [de minderjarige] . Evenmin is gebleken van conflictsituaties tussen [de man] en de moeder nadat zij elkaar twee maanden na de geboorte van [de minderjarige] voor het laatst hebben gezien. Daar staat tegenover dat zowel [de man] als [de minderjarige] belang erbij hebben dat hun afstammingsrelatie rechtens wordt erkend als een familierechtelijke rechtsbetrekking. Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat de rechtbank de man terecht vervangende toestemming tot erkenning heeft verleend. Het feit dat [de minderjarige] (enige) weerslag kan ondervinden van de inbreuk die de erkenning maakt op het tussen haar en [betrokkene] bestaande family life leidt niet tot een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/110c67f839cdc2b740affd0ea3e0f61ea3bdca3d4f5b1bc933e1415a41028e81. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 110c67f839cdc2b740affd0ea3e0f61ea3bdca3d4f5b1bc933e1415a41028e81, en de alinea staat in dat document op bytes 21297 tot 23438.