Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016

Onder 3.4.1. Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2174.

Artikel 4, lid 3, letter b, tweede alinea, van de Zesde richtlijn (thans: artikel 12, lid 3, van BTW-richtlijn 2006) houdt in dat als ‘bouwterrein’ wordt beschouwd de door een lidstaat als zodanig omschreven al dan niet bouwrijp gemaakte terreinen. In dit verband heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn arresten van 28 maart 1996, Gemeente Emmen, C-468/93, ECLI:EU:C:1996:139, V-N 1996, blz. 1545, en 19 november 2009, Don Bosco Onroerend Goed BV, C-461/08, ECLI:EU:C:2009:722, BNB 2011/14, geoordeeld dat lidstaten bij de omschrijving welke terreinen als ‘bouwterrein’ moeten worden aangemerkt, de doelstelling van artikel 13, B, letter h, van de Zesde richtlijn dat enkel de leveringen van onbebouwde terreinen die niet als ondergrond voor een opstal bestemd zijn, van btw vrijstelt, in acht moeten nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2f5f63efb8ab236d832d944c8e41a92507d32ad457dcac3e454924ced891476. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2f5f63efb8ab236d832d944c8e41a92507d32ad457dcac3e454924ced891476, en de alinea staat in dat document op bytes 16697 tot 17542.