Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016
Onder 3.4.5. Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2174.
Of op de percelen als zodanig sprake is van bebouwing in de zin van artikel 11, lid 4, slotzin, van de Wet OB hangt af van het antwoord op de vraag of, en in hoeverre, de (op het tijdstip van de verkrijging reeds verrichte, alsmede de op dat tijdstip voorgenomen) werkzaamheden tot gevolg hebben dat op de percelen bouwwerken in de hiervoor in 3.4.2 bedoelde zin worden opgericht, eventueel met ‘erbij behorend terrein’. Hierbij verdient opmerking dat het bewerken van een terrein met natuurlijke materialen, zoals het met deze materialen (zoals zand, klei, veen, en dergelijke materialen) aanbrengen van glooiingen, het verrichten van werkzaamheden met het oog op het inzaaien van gras of het planten van bomen en struiken, als zodanig geen werkzaamheden zijn die ertoe leiden dat een bouwwerk ontstaat in de zin van artikel 11, lid 3, letter a, van de Wet OB. Evenmin is van dergelijke werkzaamheden sprake bij het uitgraven van een terrein om een verdieping aan te brengen of een waterpartij aan te leggen. Een bouwwerk is immers een met de grond verbonden constructie (vgl. HR 24 december 2004, nr. 39489, ECLI:NL:HR:2004:AO7691, BNB 2005/124). Voorzieningen zoals hiervoor bedoeld (glooiingen, grasvelden, perken met bomen en struiken, alsmede vijvers en sloten) zijn niet als zodanig aan te merken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2f5f63efb8ab236d832d944c8e41a92507d32ad457dcac3e454924ced891476. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2f5f63efb8ab236d832d944c8e41a92507d32ad457dcac3e454924ced891476, en de alinea staat in dat document op bytes 23097 tot 24418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b2f5f63efb8ab236d832d944c8e41a92507d32ad457dcac3e454924ced891476 | shasum -a 256