Citaat | Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016

Onder 4.7. Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 19 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2174.

Tijdens de zitting van 6 april 2016 heeft de inspecteur verklaard dat, indien het Hof van oordeel is dat sprake is van – in zijn terminologie – een wederkerige toets (als bedoeld onder 4.3.3) en het golfterrein zich niet leent voor zelfstandig gebruik, tussen partijen niet in geschil is dat alsdan sprake is geweest van de verkrijging door belanghebbende van percelen die kunnen worden aangemerkt als bouwterrein als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Gegeven de onder 4.3.3 en 4.4 weergegeven oordelen van het Hof bestaat er dan in zoverre geen geschil meer tussen partijen over de aan de percelen te verlenen kwalificatie; het Hof sluit zich bij dit eensluidend standpunt van partijen aan. Dit betekent dat op de verkrijging ervan de vrijstelling van artikel 15, lid 1, letter a van de Wet op belastingen van rechtsverkeer van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2f5f63efb8ab236d832d944c8e41a92507d32ad457dcac3e454924ced891476. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2f5f63efb8ab236d832d944c8e41a92507d32ad457dcac3e454924ced891476, en de alinea staat in dat document op bytes 30860 tot 31760.