Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 juni 2016

Onder 4.16. Gerechtshof Amsterdam 14 juni 2016

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2274.

In grief 13 onder VI stelt de vrouw dat het niet zo kan zijn dat het saldo bij het trustfund EBT, waar [voetbalclub 1] in het verleden een deel van het salaris van de man stortte om onder belastingbetaling uit te komen, slechts GBT 300 bedraagt. Er moeten sub trusts zijn waarin een aanzienlijk vermogen zit, aldus begrijpt het hof de stellingen van de vrouw die zich bovendien beroept op een getuigenverklaring van haar ex-partner, [getuige d] , alsmede op de getuigenverklaring van [getuige e] , de zoon van de vrouw en [getuige d] . Zelf heeft de vrouw als getuige verklaard: “Vanaf 2001 is telkens ook een gedeelte ondergebracht in een trust. Dat was een andere trust dan de trust waarin het tekengeld is ondergebracht. Dat er zo’n trust is geweest weet ik omdat ik in 2001 mee moest naar de club om te tekenen. Ik heb twee documenten moeten ondertekenen, daarom veronderstel ik eigenlijk dat er twee trusts zijn opgericht in 2001. Die twee trusts stonden aanvankelijk op mijn naam, later is dat veranderd. Ik heb aangenomen dat het geld dat is ondergebracht in die trusts gespaard is. (…) Ik heb de gang van zaken binnen de trusts verder niet gevolgd.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98d1d356bccf955fde8bbb92b4757a41a5800a87de1abb496bb3c873b63807c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98d1d356bccf955fde8bbb92b4757a41a5800a87de1abb496bb3c873b63807c6, en de alinea staat in dat document op bytes 55578 tot 56792.